Bijdrage bespreking Groen­be­leidsplan 2022-2030 in commissie Beheer


7 oktober 2022

Voorzitter, voor ons ligt het langverwachte Groenbeleidsplan. Van ambitie naar uitvoering, waar we naar snakken, met daarbij 4 groene sporen.

De Partij voor de Dieren heeft daarover een aantal vragen, ik zal ze per spoor stellen, maar eerst iets vooraf. Een paar maanden geleden hebben wij in deze zaal de biodiversiteitscrisis uitgeroepen. Een erkenning van het feit dat het functioneren van de natuur en al wat leeft ernstig wordt bedreigd en bijvoorbeeld ook onze eigen voedselvoorziening in de knel komt.

Ik zou graag toch een reflectie horen hoe de wethouder over de biodiversiteitscrisis denkt, maar vooral of hij van mening is dat dit voorliggende Groenbeleidsplan het hoogst haalbare is wat hij gaat inzetten om de biodiversiteitscrisis tegen te gaan. Geven we met dit plan alles wat we hebben om het tij te keren? Voorzitter, wij zien mooie woorden maar het gevoel van urgentie en een hoge actieparaatheid ontbreekt in onze ogen. Dat licht ik graag toe.

Allereerst over de in het groenbeleidsplan terugkerende 3:30:300 regel. Een in onze ogen wat arbitraire vuistregel, typisch bedacht door mensen want de natuur zelf redeneert en opereert natuurlijk niet zo. Maar goed, laten we er toch wat op ingaan.

Uit elk huis moeten 3 bomen zichtbaar zijn, als je in de zomer vanuit de lucht naar beneden kijkt moet minimaal 30% bedekt zijn met blad en vanuit elk huis moet je binnen 300 meter in een park of parkje kunnen zijn. Steden als Bristol en Barcelona stellen hier een masterplan voor op.

De gemeente Haarlem echter, stelt de ambities naar beneden bij, 30% kroonoppervlak wordt 30% openbaar groen. Gras, dat weinig bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering en aan de biodiversiteit, wordt meegeteld. En zelfs dan komen de meeste Haarlemse buurten niet eens in de búúrt van die 30% openbaar groen. En dit Groenbeleidsplan gaat er zelfs vanuit dat deze Haarlemse interpretatie van de 3:30:300 regel niet in elke buurt haalbaar is. Vragen aan de wethouder: Waaróm is het niet haalbaar? En waarom is er voor gekozen om deze vuistregel af te waarderen?

Dan ga ik verder over de 4 groene sporen uit dit groenbeleidsplan.

Spoor 1 is Groeninclusief ontwerpen
In de bijlage van het Groenbeleidsplan wordt gesproken over het zogenaamde Programma van Eisen Groen, maar de echte concrete maatregelen worden niet benoemd. Er wordt verwezen naar het HIOR wat dan alleen over de openbare ruimte gaat.

Sterker, er staat zelfs "De exacte invulling en weging van deze ‘groene criteria’ staan niet van tevoren vast maar wordt per afzonderlijk project bepaald op basis van het Programma van Eisen Groen". Met andere woorden, het wordt ons als gemeenteraad onmogelijk gemaakt om aan de hand van iets van een standaard te kunnen controleren of er daadwerkelijk natuurinclusief wordt gebouwd.

Mijn vragen aan de wethouder: Is de gemeente voornemens een puntensysteem of menukaart in te gaan voeren voor groene criteria zoals bijvoorbeeld Leiden, Den Haag en Nijmegen dit hebben gedaan? Zo ja, wordt de gemeenteraad hier dan bij betrokken? Zo nee, waarom niet?

En hoe wordt het toetsingskader van het convenant toekomstbestendig bouwen hierin meegenomen? Is dit leidend voor het Programma van Eisen Groen? Hierin staan concrete indicatoren, toetsnormen voor verschillende ambitieniveaus. Voorzitter, dit moet en kan echt concreter en beter in onze ogen. Graag een reactie.

We lezen daarnaast: Huidig groen oppervlak voor de (her)inrichting slash reconstructie dient minimaal gelijk gebleven te zijn en/of in kwaliteit zijn verbeterd (bijlage 2, p 36). Betekent dit dat groen ook kan verdwijnen als elders de kwaliteit ervan is verbeterd? Meer verharding in plaats van minder?

Spoor 2: robuust netwerk van groenstructuren
Maaibeleid, onder andere. Uit de antwoorden op de zienswijzen blijkt dat de gemeente Haarlem trots is op het cyclomaaien. Dat moet langzaam het voor het dierenleven funeste klepelen gaan vervangen. De Partij voor de Dieren wil haast maken met écht ecologisch maaibeleid: wanneer krijgen we een gericht plan om het klepelen helemaal te stoppen en het cyclomaaien waar mogelijk te gaan vervangen door maaien met duurzamere lichtere machines die de bodem veel minder verdichten, zoals bijvoorbeeld de elektrische 1-assige trekker. Andere gemeenten zijn al jaren geleden gestopt met klepelen.

Fijn om te lezen dat het budget voor beheer- en onderhoudskosten de komende jaren wordt verhoogd. Vraag aan de wethouder: wordt deze verhoging van het budget ook gebruikt voor ecologischer materieel?

Spoor 3: samen maken we groen
Naast het tegelwippen en het boomspiegelfeest missen we een gemeentelijk actieplan om de verstening op particulier terrein te verminderen. De gemeente die het voortouw neemt. Een grootschalige aanpak, straat voor straat, ondersteund met financiële prikkels.

Tegelwippen is voor de biodiversiteit wat tochtstrips zijn voor het klimaat: het helpt, maar niet genoeg. Bovendien mist ook hier een concrete doelstelling zodat we kunnen zien hoe alle genoemde sympathieke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan de vergroening van de stad. 70% van het oppervlak is particulier, daar ligt dus een grote gezamenlijke opgave.

Dat de samenwerking met stichting Steenbreek door de gemeente is stopgezet, lijkt ons een kwestie van 'goedkoop duurkoop'. Hoe concreet zijn de plannen om deze samenwerking te herstarten? En staat de wethouder open om toch ook naar andere initiatieven te kijken met financiële prikkels om particulieren hun tuinen te laten vergroenen?

Spoor 4: experimenten en vergroeningsprojecten
De gemeente wil in 8 jaar tijd 3 pilots voor buurtvergroening en 3 voor vergroenen van gemeentelijk vastgoed. Het gaat zó slecht met de biodiversiteit, waarom niet 3 projecten per jaar, in samenwerking met inwoners, stichtingen, Spaarnelanden?

De Partij voor de Dieren is van mening dat, gezien de klimaat- en biodiversiteitscrisis waar we in verkeren, de ambitie en het tempo omhoog moeten. We zullen op andere vlakken concessies moeten doen, maar Haarlem radicaal vergroenen en de biodiversiteitscrisis écht te lijf gaan kán, als we genoeg politieke moed hebben EN ook bij inwoners het gevoel van urgentie duidelijk over weten te brengen.